Door: REEF geeft raad / 31 mei 2015

Ieder handhavingstraject bestaat in feite uit twee momenten: de controle fase en het handhavend optreden. Bestuurlijk handhaven is altijd te plaatsen binnen eenzelfde structuur van aanpak. In deze bijdrage bespreken we de stappen die een gemeente kan doorlopen voor een succesvol en resultaatgericht handhavingstraject. Aangezien de vakantieperiode weer voor de deur staat zullen we als voorbeeld het handhavingstraject tegen permanente bewoning van recreatiewoningen gebruiken.

Controlefase

Deze fase staat ook bekend als de fase van ‘administratieve controle’. Doel van deze controle is het vaststellen dat er op een bepaalde locatie sprake is van permanente bewoning waar dit niet is toegestaan. De grondslag voor handhaving van permanente bewoning is het gebruik van een recreatiewoning in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om aanwijzingen te vinden of iemand zijn recreatiewoning permanent als hoofdverblijf gebruikt is het aan te raden om daarvoor verschillende instrumenten te gebruiken. Met hoofdverblijf in deze zin kan de gemeente aansluiting zoeken met het begrip “woonadres” uit de GBA (het centrum waar iemand zijn sociale en maatschappelijke activiteiten verricht). Dit zijn:

  • 1. Controle van registratiesysteem;
  • 2. Controle van opgegeven adres;
  • 3. Waarnemingen ter plaatse;
  • 4. Verklaringen van de betrokkenen.

 

Bij de controle van het registratiesysteem dient rekening gehouden te worden met de Wet persoonsregistratie en heeft primair tot doel de constructie van een ‘papieren werkelijkheid’ tegen te gaan. Er worden verschillende registratiesystemen naast elkaar gebruikt (GBA/Kadaster/kentekenregistratie). Voor de controle van het opgegeven adres is de achterliggende gedachte simpel, ga gewoon eens kijken op het adres waar een persoon werkelijk staat ingeschreven. Waarnemingen ter plaatse zullen voornamelijk gericht zijn op zaken zoals het vaststellen van de hoeveelheid afval, aanwezigheid van dieren en de algemene indruk van de locatie. De verklaring van de betrokkene zelf is voor de handhaver het zogenaamde ‘gouden toegangsbiljet’. Daar bedoelen we mee dat als een toezichthouder een betrokkene zo ver krijgt dat deze toegeeft dat de recreatiewoning voor permanente bewoning wordt gebruikt dit voor de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State als voldoende bewijslast voor het vaststellen van een recreatiewoning als “hoofdverblijf” wordt aangemerkt. In de realiteit blijkt dat veel betrokkenen op een dergelijke vraag van een toezichthouder gewoon toegeven dat ze de recreatiewoning voor permanente bewoning gebruiken. Als vastgesteld wordt dat de recreatiewoning permanent bewoond wordt dan kan men over gaan tot stap 2, handhavend optreden.

Handhavend optreden

Is vastgesteld dat sprake is van permanente bewoning dan is allereerst aan te raden om te kijken of de bewoning voor legalisatie in aanmerking komt. Ik verwijs hiervoor naar de voorbeeld beleidsregels van het VNG, deze komen er kort op neer dat permanente bewoning per persoonlijke beschikking gedoogd kan worden indien a) de recreatiewoning sinds 1 november 2003 onafgebroken permanent bewoond wordt en b) de bewoner niet eerder ‘handhavend’ is aangeschreven door de gemeente. Voor deze categorie geldt dat ze een persoonsgebonden beschikking kunnen aanvragen. Voordeel voor de gemeente is dat de persoonsgebonden beschikking niet overdraagbaar is en daarmee de permanente bewoning vanzelf, naar verloop van tijd, zal stoppen.

Is legalisatie niet mogelijk dan gaan we over tot handhaving. De last onder dwangsom is een goed instrument waarbij een maximale last onder dwangsom van +- € 15.000 in de regel kan worden gebruikt.

  • 1. Vooraankondiging tot het opleggen van een last onder dwangsom
    Waarbij een termijn wordt gesteld van 6 weken na dagtekening van de brief. Is de permanente bewoning na verloop van deze termijn niet gestaakt dan zal een last onder dwangsom worden opgelegd. Op basis van artikel 4:8 Awb kan de betrokkene binnen 4 weken mondeling of schriftelijk op deze aankondiging reageren.

 

  • 2. Definitief besluit. 
    Wanneer de zienswijzen niet leiden tot het aanpassen van de vooraankondiging of de beëindiging van de illegale bewoning dan zal er een definitieve last onder dwangsom opgelegd worden aan de bewoner van de recreatiewoning. Aan deze beschikking zal een begunstigingstermijn gekoppeld moeten worden (de bewoner moet een redelijke tijd hebben om te verhuizen). Deze termijn is afhankelijk van het tijdstip waarop de betrokkene de woning permanent is gaan bewonen (6 – 20 weken).

 

  •  3. Bezwaar.
    Tegen het besluit kan binnen 6 weken na de dag waarop de beslissing is verzonden een bezwaarschrift worden ingediend. Zolang deze termijn loopt zal door de toezichthouders gecontroleerd moeten worden op het voortduren van de permanente bewoning aangezien het een ‘heroverwegingsperiode’ betreft en het college van B&W haar besluit zal moeten baseren op de actuele situatie ter plaatse.

 

  •  4. Voorlopige voorziening.
    De betrokkene kan besluiten om tegelijkertijd met het indienen van het bezwaarschrift een verzoek te doen aan de rechter om een voorlopige voorziening te treffen. Deze voorlopige voorziening zal gericht zijn op het ‘tijdelijk’ stopzetten van het handhavend optreden.

 

  • 5. Beroep. 
    Tegen de beslissing op bezwaar kan een bezwaarmaker een beroep indienen bij de rechtbank.

 

  • 6. Hoger beroep.
    Tegen de uitspraak van de rechter kan vervolgens hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden ingesteld.

 

  • 7. Invorderingsfase.
    Wanneer de begunstigingstermijn is afgelopen wordt nogmaals gecontroleerd door de toezichthouders van de gemeente. Naar aanleiding van deze controle zal een invorderingsbeschikking worden voorbereid indien er geen einde is gemaakt aan de permanente bewoning.

 

Het gestructureerd werken in samenspraak met de toezichthouders maakt een handhavingstraject effectief. De juristen van REEF geeft raad hebben succesvol ervaring opgedaan bij verschillende gemeentelijke organisaties en zijn zodoende in staat om voor u relatief eenvoudige als complexe handhavingstrajecten te begeleiden en af te ronden.