Door: REEF geeft raad / 08 november 2013

Het versneld scheiden van wonen en zorg stelt woningcorporaties en zorgaanbieders voor nieuwe uitdagingen. Correcte exploitatie van zorgvastgoed door een woningcorporatie speelt daarbij een grote rol. Woningcorporaties doen er dan ook goed aan om ervoor te zorgen dat contractuele afspraken tussen alle betrokkenen goed worden opgesteld. Deze bijdrage is geschreven vanuit het oogpunt van de woningcorporatie.

In beginsel wil een woningcorporatie voorkomen dat bewoners die in het kader van zorg een woning betrekken recht krijgen op huurbescherming indien de woning expliciet is ingericht ten behoeve van zorgverlening. Huurbescherming heeft tot gevolg dat het ontbinden van de huurovereenkomst slechts kan indien wordt voldaan aan strikte ingangsvoorwaarden. Ook ontstaan er naast de huurbescherming nog allerlei andere rechten voor bewoners, zoals bijvoorbeeld de mogelijkheid van medehuurderschap.

In de praktijk wordt dit voorkomen – en juridisch geaccepteerd – door het aangaan van een tweetal overeenkomsten, één waarbij het zorgelement de boventoon voert (de zorgovereenkomst) en één met een huurelement die daar ondergeschikt aan is (de huurovereenkomst). De huurovereenkomst wordt dan gekoppeld (middels een koppelbeding) aan de zorgovereenkomst. Dit heeft tot gevolg dat een persoon enkel recht heeft op het gebruik van de woonruimte voor zover deze persoon recht heeft op zorgverlening. Deze praktijk wordt in heersende rechtspraak geaccepteerd (zie, rechtbank Amsterdam, 29 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9986). Eindigt de zorgovereenkomst dan verliest de bewoner in beginsel ook het recht op de woning (zie r.o. 4.5, gerechtshof Arnhem-Leeuwaarden, 7 mei 2013,  ECLI:NL:GHARL:2013:BZ9779).

REEF geeft raad heeft ervaring met het opstellen van solide overeenkomsten met zorginstellingen en de daaraan gekoppelde huurovereenkomst. Zo voorkomt de corporatie dat bewoners huurbescherming krijgen in woonruimten die aangewezen zijn voor het verrichten van zorg.