Door: REEF geeft raad / 25 oktober 2013

Op 13 september 2011 is werknemer in dienst getreden bij de werkgever en op het moment van de ontbinding was zij werkzaam in de functie van Agent Callcenter. De arbeidsovereenkomst was in eerste instantie aangegaan voor de duur van 6 maanden en vervolgens met 1 jaar verlengd en zou eindigen per 13 maart 2013. Werknemer is sinds 30 januari 2013 arbeidsongeschikt.

Stelling werknemer

Werknemer verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens gewichtige redenen die gelegen zijn in veranderingen van omstandigheden. Ze legt hieraan ten grondslag dat het voortzetten van de arbeidsovereenkomst tot verdere schade aan haar gezondheid leidt. Ze verzoekt tevens om een ontslagvergoeding tot 13 maart 2013 en een vergoeding in de kosten rechtsbijstand. Ook wordt een immateriële schadevergoeding geëist van €10.000,-. Deze vergoeding moet door de werkgever worden betaald omdat de werknemer van mening is dat de werkgever haar voortdurend onder druk heeft gezet en daarmee in strijd heeft gehandeld met het goed werkgeverschap. De handelswijze van de werkgever heeft tot gevolg gehad dat haar arbeidsongeschiktheid is verergerd en haar herstel is belemmerd. Als bewijs overlegt de werknemer een aantal transcripties van opgenomen telefoongesprekken die gevoerd zijn met haar verzuimbegeleider.

Stelling werkgever

De werkgever reageert door te stellen dat zij zich wel als een goed werkgever heeft gedragen en dat haar niets te verwijten valt. Ook is volgens de werkgever een ontbinding niet mogelijk omdat de arbeidsovereenkomst eindigt op 13 maart 2013 en dat het ontbindingsverzoek van de werknemer in feite enkel tot doel heeft om een ontbindingsvergoeding los te peuteren. Ten aanzien van de opgenomen telefoongesprekken geeft de werkgever aan dat dit bewijs onrechtmatig is verkregen.

Kantonrechter

De kantonrechter oordeelt ten aanzien van de opgenomen telefoongesprekken dat de werkgever zich in feite beroept op een schending van haar eigen persoonlijke levenssfeer en die van de verzuimbegeleider. De kantonrechter schuift dit verweer terzijde en baseert zich op het oordeel dat het belang van de geschonden norm en de ernst van de schending van beperkte betekenis zijn nu uit het dossier blijkt dat over de aard en de inhoud van de gesprekken telkens discussies ontstonden tussen werknemer en werkgever. Het opnemen van deze gesprekken was dan ook ter voorkoming van deze discussies. Kortom, het gerechtvaardigd belang van de werknemer prevaleert in deze.

De kantonrechter schuift het verweer ten aanzien van de beëindiging ook van tafel en ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 4 maart 2013. Ten aanzien van de ontbindingsvergoeding geeft de kantonrechter aan dat de werkgever onvoldoende heeft gedaan aan haar re-integratie inspanningen. Uit de telefoongesprekken blijkt immers dat de werkgever terughoudend was ten aanzien van het inschakelen van de bedrijfsarts om zo kosten te besparen. Ook heeft de werkgever zelf een oordeel gegeven over de medische aandoening van de werknemer. De kantonrechter stelt dat het niet aan de werkgever is om daar een oordeel over te geven. Vervolgens kent de kantonrechter een vergoeding aan de werknemer toe van € 2.700,- op basis van factor 3. De immateriële schadevergoeding wordt niet toegekend.

Uitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2013:8070