Door: REEF geeft raad / 27 september 2013

In de praktijk bestaat er soms onduidelijkheid of het loon van een zieke werknemer geheel kan worden stopgezet wanneer de werknemer weigert om gedeeltelijk passende arbeid te verrichten terwijl de werknemer daartoe wel in staat wordt geacht. In een recente uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 juli 2013 wordt getracht een einde te maken aan deze onduidelijkheid (ECLI 2013:5362).

Werknemer heeft zich op 12 april 2012 ziek gemeld wegens pijn aan voeten en schouders. Op 5 juni 2012 geeft de bedrijfsarts aan dat de werknemer vier uur per dag aangepast werk kan verrichten. Dit advies is uitgewerkt in een plan van aanpak dat tevens door de werknemer is ondertekend. Werknemer heeft zich hier vervolgens niet aan gehouden.

Op 3 september 2012 geeft de bedrijfsarts opnieuw advies. In dit advies geeft de bedrijfsarts aan dat de werknemer 2 uur per dag aangepast werk kan verrichten. Na dit advies heeft de werknemer twee dagen gewerkt en zich vervolgens weer ziek gemeld. Per 27 december 2012 heeft de werkgever het loon stopgezet wegens het niet meewerken aan re-integratie. Vanaf 27 december heeft de werknemer geen loon meer ontvangen.

Bij de kantonrechter vordert de werknemer doorbetaling van zijn volledige loon en subsidiair doorbetaling van zijn loon over de uren die hij niet kon werken wegens ziekte (7:629 lid 1 BW). Werknemer is dan ook van mening dat de sanctie van loonstop enkel kan worden opgelegd voor de uren die hij niet werkt maar daartoe wel in staat wordt geacht (dus maximaal 2 uur per dag).

De kantonrechter zal moeten oordelen over de vraag of het loon van de werknemer geheel kan worden stopgezet terwijl de werknemer het werk dat hij wel gedeeltelijk kan verrichten niet hervat. De kantonrechter stelt voorop de sanctie een ‘afschrikwekkende’ werking heeft en dat dit door de wetgever ook wordt beoogd. Op het moment dat het stopzetten van loon slechts van toepassing is op de uren die de werknemer ‘gedeeltelijk’ kan werken dan verliest deze sanctie voornoemde werking. De kantonrechter oordeelt dan ook dat de werkgever gerechtigd was om de loonbetaling volledig te stoppen vanaf 27 december. De werknemer gaat vervolgens in hoger beroep.

Het gerechtshof onderschrijft uiteindelijk het oordeel van de kantonrechter en voegt daar aan toe dat een loonstop eenprikkel tot nakoming is en van zo’n prikkel is slechts sprake indien de werknemer zijn recht op volledig loon verliest.