Door: REEF geeft raad / 27 februari 2013

Werkgeversaansprakelijkheid gaat over de aansprakelijkheid van de werkgever voor een door een werknemer overkomen ongeval. De Hoge Raad heeft op 11 november 2011 twee arresten gewezen in het kader van de werkgeversaansprakelijkheid (HR 11 november 2011, NJ 2011/597 (TNT/Wijenberg) en HR 11 november 2011, NJ 2011/598 (Rooyse Wissel), m.nt. Hartlief). Met deze arresten heeft de Hoge Raad de rolverdeling tussen artikel 7:611 BW (eventuele aansprakelijkheid op basis van goed werkgeverschap) en artikel 7:658 BW (ongevallen in de uitoefening van het werk) proberen te verhelderen.

Vindt een ongeval plaats tijdens de uitoefening van de werkzaamheden dan is de werknemer aangewezen op artikel 7:658 BW. Voor aansprakelijkheid op grond van deze bepaling is een schending van de zorgplicht vereist en bestaat een stelplicht voor de werkgever.  Kortom de werkgever is niet aansprakelijk als hij kan aantonen inalgemene zin – gericht op ongevallen van dezelfde soort als de werknemer is overkomen als in specifieke zin – gericht op het individuele geval – al het redelijkerwijs mogelijke heeft gedaan. Als er sprake is van ongevallen tijdens de uitoefening van het werk speelt artikel 7:611 BW geen rol, behoudens de verzekeringsplicht voor verkeersongevallen, met als ondergrens de zogenaamde wandelongevallen (wie onder werktijd op de openbare weg, valt, uitglijdt of struikelt kan de werkgever alleen aansprakelijk houden wanneer de zorgplicht is verzaakt).

Er kan ook sprake zijn van een ongeval dat niet in de uitoefening van het werk plaatsvindt, maar daaraan wel verbonden is. Je kunt dan denken aan een ongeval tijdens een bedrijfsuitje of een ongeval tijdens woon – werkverkeer. Dan valt dat niet onder artikel 7:658 BW maar kan er wellicht aangehaakt worden bij artikel 7:611 BW. Dit kan echter alleen als gezegd kan worden dat de werkgever ter zake van dat ongeval niet heeft gehandeld zoals een goed werkgever behoort te doen, door onvoldoende zorg te betrachten. Een werkgever kan bijvoorbeeld aanbieden om de schade te betalen, dit voorstel vloeit voort uit goed werkgeverschap. Artikel 7:611 BW rekt daarmee de zorgplicht van de werkgever op voor de situatie waarbij er een ongeval plaatsvindt die verband houdt met de voor de werkgever te verrichten werkzaamheden. Belangrijk bij woon-werkverkeer is overigens wel dat het door de werknemer gebruikte vervoer op één lijn is te stellen met vervoer dat plaatsvindt krachtens de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst (de werkgever verplicht een werknemer te carpoolen met andere werknemers). Is daar geen sprake van dan valt een ongeval tijdens woon-werkverkeer onder de privésfeer van de werknemer en komt ook voor diens eigen risico.