Door: REEF geeft raad / 29 februari 2012

Ragetlie Regeling

Kan een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd worden opgevolgd door een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd? Dit is een onderwerp dat nog weleens bij de werkgever de nodige vragen opwerpt. Kort door de bocht is het antwoord dat het gewoon mogelijk is. In de meeste gevallen gaat bovenstaande vraag spelen op het moment dat een werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd een nieuwe functie gaat vervullen. Is het dan vanzelfsprekend dat deze werknemer voor zijn nieuwe functie direct een overeenkomst voor onbepaalde tijd krijgt aangeboden? Nee, functiewijziging geeft niet het recht dat een werknemer ook weer aanspraak heeft op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Natuurlijk moet in bovenstaande geval wel met een aantal belangrijke aspecten rekening gehouden worden:

- De hoofdregel is dat een nieuwe arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd rechtsgeldig, conform eventueel de daaromtrent gestelde voorwaarden in de arbeidsovereenkomst, opgezegd dient te worden indien men de arbeidsovereenkomst niet wenst te verlengen (7:667 Burgerlijk Wetboek).

Een bepaling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt (na verloop van bijv. één jaar) is niet bindend, dit betekent dat als dit door de werkgever wordt nagelaten de arbeidsovereenkomst automatisch omgezet wordt in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Op bovenstaande hoofdregel zijn een viertal uitzonderingen:

  • 1. tussen de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd ligt een tussenpoos van meer dan 3 maanden;
  • 2. de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was door de rechter ontbonden; of,
  • 3. de eerdere arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was rechtsgeldig opgezegd.
    De rechtspraak heeft daarnaast nog een vierde uitzondering geformuleerd. Van deze uitzondering is sprake indien de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en die van bepaalde tijd, wat betreft arbeid, salaris en overige arbeidsvoorwaarden dusdanig verschillen, dat er sprake is van een andere “identiteit”.

Indien sprake is van één van bovenstaande uitzonderingen dan eindigt de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wel van rechtswege, zonder dat daarvoor opzegging nodig is.

De ragetlie regeling is vernoemd naar het Ragetlie-arrest van de Hoge Raad (HR 4 april 1986, NJ 1987, 678) daarbij ging het om de vraag of in de situatie dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met wederzijds goedvinden was geëindigd en voortgezet door een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege zou eindigen of moest worden beschouwd als een voor bepaalde tijd voortgezette arbeidsovereenkomst die conform art. 7:668 lid 3 BW (oud) expliciet moest worden opgezegd. De Hoge Raad oordeelde dat geen sprake is van een voortzetting indien beide overeenkomsten dusdanig van elkaar verschillen dat er geen sprake is van gelijkblijvende identiteit (functie/salaris/tijdsduur/secundaire arbeidsvoorwaarden).