Door: REEF geeft raad / 15 februari 2012

Juridische uitvoerbaarheid

Bij het maken van een ontwerp is het voor de architect aan te raden dat deze rekening houdt met het feit dat zijn ontwerp ook juridisch uitvoerbaar zal zijn. Deze juridische uitvoerbaarheid zit him deels in regelgeving op publiekrechtelijk gebied (o.a. omgevingsrecht, bouwbesluit, monumentenwet, wetgeving op het terrein van milieu, arbeidsomstandighedenwet) en deels in regelgeving op privaatrechtelijk gebied (burenrecht, zakelijke rechten zoals erfdienstbaarheid). Van de architect wordt in de regel verwacht dat hij kennis heeft van dit uitgebreide regelcomplex en dat hij bij het maken van zijn ontwerp rekening houdt met de juridische hindernissen die daaruit voortvloeien. Belangrijk voor de architect is dat met betrekking tot de juridische uitvoerbaarheid van zijn ontwerp er geen garantieplicht bestaat.

De verantwoordelijkheid met betrekking tot de juridische uitvoerbaarheid van het ontwerp is niet in alle gevallen gelijk. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat aan het bouwvoornemen van de opdrachtgever weliswaar een juridisch obstakel in de weg staat, maar dat door het verkrijgen van vrijstelling dit obstakel weggenomen kan worden. In deze situatie dient de architect de opdrachtgever te informeren over de juridische belemmering welke aan de realisering van de bouw in de weg staat. Als de opdrachtgever dan toch door wil gaan, dan staat de architect slechts in voor zijn inspanning en raakt hij niet in de problemen als de vrijstelling niet wordt verkregen. Wel is het aan te raden dat de architect zijn werkzaamheden in dit soort gevallen beperkt tot hetgeen wat werkelijk nodig is om de vrijstelling te realiseren.

Op de architect rust de plicht om bij vervulling van zijn opdracht rekening te houden met de relevante juridische voorschriften. Dit is ook wat in de literatuur en rechtspraak het uitgangspunt is. Deze verplichting ligt verankerd in artikel 11 lid 4 van De Nieuwe Regeling 2011 (DNR 2011).

Esthetische waarde

Een belangrijk aspect waar architecten mee te maken hebben is smaak. Over smaak valt namelijk niet te twisten. In artikel 8 van de DNR 2011 bepaald dat de esthetische waarde van het ontwerp buiten beschouwing blijft. Daaraan gekoppeld zit tevens de regel dat het ontwerp wel moet voldoen aan redelijke eisen. Hiermee wordt gedoeld op de redelijke eisen van welstand waaraan het bouwplan zal moeten voldoen om voor de uitvoering daarvan een bouwvergunning te krijgen. Ook in de literatuur wordt aangenomen dat een architect met deze eisen rekening moet houden als uitvloeisel van zijn verplichting om kennis te hebben van de juridische voorwaarden in het kader van de juridische uitvoerbaarheid van het ontwerp.

Als een opdrachtgever met betrekking tot de uiterlijke verschijningsvorm uitdrukkelijk bepaalde eisen heeft gesteld dan wordt de esthetische vormgeving onderdeel van het contract. Artikel 8 DNR 2011 zal in deze situatie dan ook niet van toepassing zijn.