De WWZ is een omvangrijke wetswijziging en de laatste zaken worden per 1 januari a.s. van kracht. Deze wijzigingen zijn van een andere orde dan de wijzigingen per 1 juli 2015 en zijn daardoor wellicht wat naar achteren geschoven. Daarnaast zijn er enkele andere wetswijzigingen die voor HR van belang zijn.

De afschaffing van de VAR is (voorlopig) met 3 maanden uitgesteld tot 1 april 2016. Daarnaast ligt er een wetsvoorstel bij de eerste kamer over de oprichting van een algemeen pensioenfonds.

Hierbij de wijzigingen die in ieder geval wel ingaan per 1 januari 2016 op een rijtje:

 

De maximale duur van de WW wordt stapsgewijs teruggebracht naar 24 maanden

De maximale duur van de WW wordt teruggebracht van 38 maanden naar 24 maanden. Dit wordt gedaan door per kwartaal 1 maand WW te verminderen. Wanneer u in 2016 mensen ontslaat, kan de uitdienstdatum voor hen een verschil maken in de WW-duur.

Bijvoorbeeld: wanneer een medewerker wordt ontslagen op 1 april 2016, is de maximale WW-duur 36 maanden. Wordt de uitdienstdatum 31 maart 2016, dan heeft de medewerker nog recht op WW gedurende maximaal 37 maanden.

De opbouw van de WW wordt teruggebracht

In de eerste 10 jaar bouwt de werknemer één maand WW op per jaar, daarna nog een halve maand per jaar. WW-rechten die opgebouwd zijn voor 1 januari 2016 blijven wel gehandhaafd.

 

 

Premiekorting gemakkelijker te verkrijgen

Wanneer u een medewerker in dienst neemt waarbij u recht heeft op premiekorting, dient u dat nu nog zelf te regelen. Ziet u iets over het hoofd, dan grijpt u op dit moment mis. Vanaf 2016 gaat de belastingdienst op basis van de loonaangiftes van het vorige jaar de premies uitkeren. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de werkgeverspremie, maar naar de totale loonbelasting. De verwachting is dat hierdoor kleinere werkgevers eerder recht krijgen op volledige premiekorting.

 

 

Regelingen m.b.t. AOW'ers wijzigen: kortere loondoorbetalingsverplichting & opzegtermijn van 1 maand

Op 1 januari gaat naast de laatste regelingen van de WWZ ook de ‘Wet doorwerken na AOW-gerechtigde leeftijd’ in. Met de WWZ is al geregeld dat de werkgever de arbeidsovereenkomst zonder tussenkomst van de rechter of het UWV kan opzeggen, indien deze de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Bovendien hoeft dan geen transitievergoeding te worden betaald. Daarnaast gelden vanuit deze nieuwe wet vanaf 1 januari 2016 de volgende regels:

  • De opzegtermijn van een arbeidsovereenkomst van een AOW-gerechtigde wordt verkort tot één maand;
  • Indien een AOW-gerechtigde ziek wordt, geldt een loondoorbetalingsverplichting van 13 weken in plaats van 2 jaar;
  • AOW-gerechtigden hebben recht op minimumloon;
  • Minder zware re-integratieverplichtingen bij ziekte (geen PVA, geen tweede spoor);
  • De ketenregeling wordt verruimd: maximaal 6 contracten in 4 jaar.

In 2018 wordt de nieuwe wet geëvalueerd, tevens wordt dan bepaald of de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte wordt teruggebracht naar slechts 6 weken.